Bloeddrukmeting is bij onze huisdieren wat omslachtiger dan bij mensen. 

Er bestaan twee systemen voor de bloeddrukmeting. De oscilloscoopmethode en de dopplermethode.

De oscilloscoopmethode is gemakkelijker omdat het bloeddrukapparaat automatisch het onderzoek doet. Bij het dier wordt om de poot of de staart een manchet aangebracht en deze wordt aangesloten aan het apparaat. Na indrukken van de meetknop wordt de bloeddruk bepaalt. Deze methode is dus gemakkelijker maar iets minder betrouwbaar.

Met deze methode wordt zowel de bovendruk als de onderdruk gemeten.

De dopplermethode is lastiger omdat eerst een manchet wordt aangebracht en daarna met een doppler elektrode de pols wordt opgezocht. Hiervoor moet een beetje vacht geschoren worden en is het gebruik van contactgel nodig. Dit onderzoek wordt aan de voorpoot of de staart gedaan. Deze methode is lastiger maar wel het meest betrouwbaar. Met deze methode wordt enkel de bovendruk gemeten.

Bij huisdieren maken we vooral gebruik van de bovendruk. Deze dient bij honden en katten boven de 100mm Hg en onder de 160mm Hg te blijven. Vooral bij katten speelt stress een belangrijke rol. Door stress kan de bloeddruk verhogen waardoor gemakkelijk valse waardes worden bepaald. Om deze reden is rust en herhalen van het onderzoek erg belangrijk.

De bloeddrukmeting wordt tijdens het consult uitgevoerd.

Terug naar Interne geneeskunde